Het was mijn laatste redmiddel werd mij gezegd toen ik in het programma van Yes We Can Clinics zat. Als ik ooit uit het programma zou stappen, zou ik het niet redden. Zo simpel was het volgens hen. Tijdens een van de sessies werd het nog explicieter gemaakt. We zaten met drie jongeren bij elkaar en er werd gezegd: kijk maar naast je. Eén van jullie krijgt een mooi leven. Eén van jullie gaat dood. En één van jullie zal nooit in herstel komen.
Welke van die drie je zou worden, hing volgens hen volledig af van hoe goed je het programma volgde.
Dat betekende dat ik uit mijn “zelfmedelijden” moest stappen en verantwoordelijkheid moest nemen voor alles wat mij was overkomen. Zelfs voor dingen als huiselijk geweld en de scheiding van mijn ouders werd impliciet gezegd dat ik daar een aandeel in had, of in ieder geval dat het aan mij was om daar anders mee om te gaan. Dit waren geen terloopse opmerkingen, maar overtuigingen die diep in het programma waren ingebed.
Ik deed mijn uiterste best. Sterker nog, ik werd wat zij daar een “voorbeeld-fellow” noemden: iemand die het programma goed volgde, die meewerkte, die anderen motiveerde. Toch begon er iets te knagen. Langzaam raakte ik verder verwijderd van mezelf. Alsof er een klein muisje in mijn hart zat dat alle vreugde die ik voelde langzaam op at.
Alsof dat nog niet genoeg was, kwam ik uiteindelijk ook op straat terecht. Tijdens ruzies met mijn ouders werden de grenzen toegepast die zij in de kliniek hadden geleerd. De deur werd mij gewezen. Maar een alternatief werd er niet geboden. Ik stond buiten met het idee dat dit mijn eigen schuld was, want dat was immers wat mij was verteld: als het misging, had ik het programma niet goed genoeg gevolgd.
Ik smeekte om een tweede kans bij de kliniek. Alsjeblieft, dacht ik, laat me terugkomen. Dit is immers mijn enige redmiddel. Als ik het nog beter doe, komt het misschien goed. Maar ook de tweede keer “deed ik het programma niet goed genoeg”. En opnieuw belandde ik, om andere redenen, weer op straat.
Vijf jaar lang bleef ik verbonden aan het programma en aan NA-meetings. Ik was er heilig van overtuigd geraakt dat ik verslaafd was en dat stoppen met het programma zou eindigen in gevangenissen, instellingen of de dood, het werd mij immers verteld.
Wat in die jaren nauwelijks werd onderzocht, was of er misschien iets anders speelde. Of trauma, ontwikkelingsfactoren of andere psychische kwetsbaarheden een rol konden spelen. Vanuit trauma-sensitieve kennis weten we inmiddels dat gevoelens van schaamte, schuld en zelfverwijt vaak juist onderdeel zijn van traumareacties. Wanneer een behandeling die gevoelens versterkt in plaats van verzacht, kan dat herstel ernstig belemmeren.
Als jonge mensen te horen krijgen dat hun toekomst volledig afhangt van gehoorzaamheid aan één methode, ontstaat er bovendien een vorm van afhankelijkheid die weinig ruimte laat voor autonomie of kritische reflectie.
Uiteindelijk brandde ik op. Op mijn eenentwintigste besloot ik te stoppen met het programma. Daarna verbraken veel mensen uit die omgeving het contact met mij. Ze zeiden dat ze alleen mochten omgaan met mensen die “goed in het programma zaten”. Ze hoopten dat ik ooit herstel zou vinden.
Ironisch genoeg begon mijn leven juist daarna langzaam beter te worden. Ik haalde goede cijfers op de universiteit, kreeg een stabiele relatie, vond werk en ontdekte weer hobby’s en geluksmomenten. Toch bleef het gevoel knagen dat ik had gefaald. Alsof ik nog steeds moest bewijzen dat het goed met mij ging.
Pas toen ik jaren later over deze periode begon te schrijven en te praten, begon ik te begrijpen hoe diep die overtuigingen waren doorgedrongen in mijn denken. Wat ik heb moeten leren, is dat niemand anders het recht heeft om te bepalen of het goed met mij gaat.
Daar heb ik geen toestemming van een programma voor nodig.
De recente BOOS-documentaire over Yes We Can Clinics laat een deel van dit systeem zien. Maar ik vermoed dat dit nog maar het begin van het verhaal is. De overtuigingen die daar worden aangeleerd kunnen diep doorwerken in het leven van jongeren.
En soms ligt het probleem niet bij de persoon die hulp zoekt.
Maar bij het systeem waarin die persoon terechtkomt
Bekijk de volledige aflevering op!
https://youtu.be/11CouQ5Xygo?si=VAE9a3FH9UWUJzFp
Reactie plaatsen
Reacties